Hardick & Seckel
This article is in Dutch and will not be translated. A scan of the booklet 50 years Hardick & Seckel can be downloaded. The PDF is 60MB.
De volgende tekst is overgenomen uit een gedenkboek ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan in 1965. Een kopie van het boekje is te vinden in de bibliotheek van Enschede. Een scan van dit boekje is hier te vinden. Het PDF bestand is 60MB.
In een voormalige koffiebranderij aan de Nieuwstraat te Enschede begonnen op 1 februari 1915 de heren G. H. Hardick (1883-1950) en M. Seckel met een bescheiden paardehaarweverij. Van dat ogenblik af stonden zij op eigen benen. De laatstgenoemde liet een werkkring los, waarin hij zich tot een weverij-expert van naam had opgeverkt, de ander had zijn sporen verdiend in de commercie. Hun inbreng in de jonge firma bestond in de eerste plaats uit kennis en ervaring op uiteenlopende gebieden, welke elkaar goed aanvulden. n.l. fabriceren en verkopen. Het bedrijfskapitaal was van knusse omvang. De bijlage van de Nederlandsche Staatscourant zegt het oprecht: voor handelingen boven f 500.- zijn de handtekeningen van beide firmanten vereist. Uit hun ondernemersschap is Hardick & Seckel N.V. ontstaan, die in het patroon van de Enschedese nijverheid tot een krachtig bedrijf is uitgegroeid, met de tijd is meegegaan en waar de verhoudingen - vooral ook in menselijk opzicht - nog zo zijn, dat ze kunnen worden overzien. Haardoekvoering heet het produkt, dat Hardick & Seckel nu 50 jaar maakt. Het is een weefsel, dat een verborgen bestaan leidt: in de kledij van mannen en vrouwen. maar dat, ofschoon het niet naar buiten treedt, van wezenlijke betekenis is voor haar uiterlijke verschijning. Op dit produkt en op de onderneming, die het maakt, willen wij ter gelegenheid van dit gouden jubileum het zoeklicht richten. Wie de ontwikkeling van Hardick & Seckel N.V. wil overzien, moet nog even stilstaan bij dat prille begin, waarvan een oud, vergeeld kasboekje in zijn roerende eenvoud vertelt. Er werd een paardeschaar gekocht voor een rijksdaalder, de gas- en waterrekening in de eerste maand van het bestaan van Hardick & Seckel bedroeg f 0,98, de gloeikousjes kostten fl 0,15 per stuk en een half mud kolen f 0.85; toen er in oktober van het oprichtingsjaar een kachel moest worden aangeschaft, vergde dat een uitgave van f 1.50.
De eerste klant van Hardick & Seckel was een kleermaker uit Arnhem, die het wel eens wilde proberen met de tussenvoering van de jonge onderneming, maar helaas in gebreke bleef op een gevoelig punt: hij kon de rekening niet betalen ... De expeditie geschiedde aanvankelijk per handwagen, waarmee de pakken naar de spoorwegen werden gebracht. Was de vracht te zwaar, dan bestond er gelegenheid een trekhond te huren, die zijn baas voor een week trekken een kwartje inkomsten bezorgde. De produktie van Hardick & Seckel bestond toen uitsluitend in het verwerken van het originele staart-paardehaar, dat een maximum doekbreedte van 50 cm toeliet. Overigens wordt dit ook heden ten dage nog bij Hardick & Seckel verwerkt. Het beste haar, dat de paardehaarweverij ten dienste staat is afkomstig van de zogenaamde steppepaarden, die dus in het wild leven. Wat de verdere grondstoffen betreft kan worden opgemerkt, dat de ketting in den beginne uit katoen bestond; later werd ook wol gebruikt. De oudere mensen zullen zich nog het hinderlijke uitwerken uit de revers van het oude type paardehaar herinneren. Als het naar buiten stak, prikte het onplezierig en met grote hardnekkigheid in hals en wangen. Later vond men de oplossing door een weefsel te fabriceren met haargaren en eventueel een paardehaardraad in de inslag. Het haargaren werd en wordt nog uit diverse haarsoorten gesponnen. De paardehaardraad wordt verkregen door het paardehaar met katoen te omtwijnen.
Na de Tweede Wereldoorlog maakte de techniek grote sprongen. Vroeger werd alleen paardehaar gebracht, tegenwoordig bestaat de collectie uit vele soorten, aangepast aan het doel, waarvoor ze gebruikt moeten worden. Ook heeft inmiddels het syntetische weefsel zijn weg voor bepaalde gebruiksdoeleinden gevonden. Het produktiepakket is dan ook veel omvangrijker dan hetgeen vroeger in de voormalige koffiebranderij aan de Nieuwstraat werd vervaardigd.
Overigens waren daar de zaken goed gegaan. Spaarzaamheid, vlijt en een onbegrensde toewijding waren de factoren, welke er toe bijdroegen. dat de zaak een steviger fundament kreeg. De voornalige koffiebranderij werd vekocht, een belandend stuk vrijliggende grond in eigendom verworven. Het einde van de Eerste Wereldoorlog werd uiteraard met grote vreugde begroet. De grondstoffenvoorziening was uiterst precair geworden en er werden zelfs koeihaar en andere haarsoorten verwerkt. De vreugde werd evenwel getemperd door de fiscus, die - als een loodzware dreiging hing het boven de onderneming - de gehele winst als oorlogswinst meende te moeten belasten, d.w.z. 33 1/3%. Dit zou het einde van Hardick & Seckel hebben kunnen betekenen. Maar gelukkig kwam er redding toen een technische export kon aantonen dat verbeteringen in het produktie-svsteem het bedrijf tot grotere prestaties en dus meer winst in staat hadden gesteld. Toen dat afdoende werd gedemonstreerd nam de fiscus daarmee genoegen. De winst werd op normale wijze belast. Het pand aan de Nieuwstraat was inmiddels te klein geworden. In 1921 werd overgegaan tot aankoop van een perceel grond aan de Kuipersdijk van ca. tienduizend vierkante meter, dat thans geheel is volgebouwd. In 1922 vond de verhuizinig plaats. In datzelfde jaar werd de eerste nieuw gekochte maichine - een kalander - in gebruik genomen. Uitbreidingen hebben regelmatig plaats gevonden n.l. in 1925. 1927. 1928. 1930 en 1934. De grootste uitbreidingen geschiedden evenwel na de Tweede Wereldoorlog, waarbij tevens grote aandacht besteed werd aan het machinepark, om tot verbetering van het produkt te komen. Zo kwam er een nieuw ketelhuis, een nieuwe voorbereidingsafdeling, een kantine en magazijnruimte tot stand. De weverij werd regelmatig uitgebreid om aan de steeds groeiende vraag te kunnen voldoen. De finish-afdeling werd in haar geheel in een grote ruimte ondergebracht, waar thans de modernste machines staan opgesteld. Zonder voorbehoud kan worden gezegd, dat zowel de produktie als de finishing up to date zijn. Intussen is ook de ruimte aan de Kuipersdijk te klein geworden, zodat een groot deel van een voormalige schoenfabriek aan de Emmastraat 190 in gebruik moest worden genomen. Het fraaie nieuwe kantoor, dat in 1956 gereed kwam, is een waardig visitekaartje voor de fabriek aan de Kuipersdijk. Met groot vertrouwen gaat Hardick & Seckel N.V. de toekomst tegemoet.
In 1947 werd het bedrijf omgezet in een naamloze Vennootschap, waarbij naast de oprichters, die inmiddels zijn overleden, tot directeur werden benoemd de heren G. Groothuis. J. C. Seckel en E. J. Hardick (zoon van G.H. Hardick) . In 1964 werd de heer G. M. Groothuis benoemd tot adjunct-directeur, de heer J. W. Grevink tot procuratiehouder. De N.V. kent een eigen premievrij pensioenfonds, dat in 1944 werd opgericht. Sedert 1928 geniet het personeel vakantie met behoud van loon. Van het personeel hebben 26 leden het zilveren jubileum gevierd en 7 leden zijn 40 jaar in dienst.
Latere ontwikkelingen: In 1972 werd het bedrijf verkocht aan de Koninklijke Veenendaalse Stoomspinnerij (onderdeel van het Britse Staflex concern). Deze sloot het bedrijf in 1975. Sinds 1985 is in het gebouw aan de Kuipersdijk een bedrijvencentrum gevestigd maar heeft niets meer met de familie Hardick te doen. De fabriekspijp met daarop de letters H&S is in 1989 afgebroken.
Het gebouw aan de Nieuwstraat bestaat nog steeds:

Advertentie van Hardick & Seckel (jaar onbekend, met dank aan Frits Hardiek):

Last Updated (Tuesday, 03 May 2011 15:10)


